top of page

Fi




Ik ben 33e geworden in de schrijfwedstrijd voor de Goekenprijs met mijn aller-, allereerste poging tot het schrijven van een kort misdaadverhaal. Ik ben er erg trots op. Door het jury commentaar heb ik een goed beeld wat sterk is en waar ik nog allemaal aan kan werken. oordeel zelf en lees hier: "Fi". Dit is geheel uit mijn duim gezogen alle karakters en situaties zijn geheel fictief; ik heb de inspiratie vanuit één van mijn favoriete genres gehaald. Lieve groet, Karina


CYNTHIA

De liftdeuren schoven open en Fiona stapte de lift uit, haar armen vol. Dozen met chique enveloppen, voorzien van het logo van de firma in goud, wat notitieblokken, een pakje post-it's en pennen. Ze hield het nét. Voor een modern bedrijf dat goed gebruik maakte van alle digitale voorzieningen was het verbazend hoe snel de voorraad van dit soort dingen elke keer weer op was, vond Fi. De facilitaire afdeling kon de voorraad niet bijhouden. Iemand botste bijna tegen haar op. “Oeps, sorry!” Het was haar secretaresse Ellen. “Ow, Fi, dit hoef jij toch niet te doen! Zal ik dit even van je over nemen? O ja, en Cynthia is ziek naar huis gegaan. “Oh?”. Fi trok haar wenkbrauwen op terwijl Ellen de dozen uit haar armen viste. “Ja, maar dit keer was ze ècht niet lekker zo te zien, ze was helemaal bleek en het zweet stond op haar gezicht". Fi knikte. “Er heersen allerlei virussen momenteel”. Ellen trok een gezicht. “Tja, blijkbaar weet elk virus haar altijd als eerste te vinden. Maar goed.” Ze liepen samen terug naar hun kantoor. Het bureau in het kantoor van Cynthia stond er inderdaad verlaten bij, al stonden er nog wel een bordje, een glas en een lege beker op. Fi pakte ze op en maakte aanstalten om naar het keukentje te lopen. Ellen zuchtte. “Ga je ook haar troep nog opruimen, baas?". “Geen probleem", zei Fi. “Ik wilde toch even thee pakken en de vaatwasser was aardig vol, kan hij gelijk aan.” Ze liep naar het keukentje, zette alles in de vaatwasser en zette die gelijk aan. Een lach speelde om haar mond terwijl ze haar thee pakte en terugliep naar haar eigen bureau. 

 

Daar stond iemand op haar te wachten. Michel, de nieuwe onderdirecteur. Nu ze hem zo zag staan begreep ze waarom hij de positie gekregen had, al had ze in de wandelgangen gehoord dat de keuze in eerste instantie op een andere kandidaat was gevallen. Hij was een indrukwekkende verschijning in zijn perfect zittende, ongetwijfeld op maat gemaakte pak. De dag dat hij zich voor kwam stellen had hij haar een stevige en langdurige handdruk gegeven, waarbij hij haar recht aan had gekeken. Zijn gezicht had iets bekends. Zijn blik was zeer indringend geweest en ze had een kleur gekregen. Ze wist niet waarom. Hij draaide zich om, in de richting van het geluid van haar tikkende hakken. “Ah, Fiona, al noemen de meesten je Fi, toch? Ik dacht eerst dat het “Vie” was, zoals het Franse woord voor “leven", maar dat past niet echt bij je.” Het leek alsof hij snel knipoogde, maar dat wist ze niet zeker. Fiona's maag maakte even een rare kronkel en ze voelde het bloed weer naar haar hoofd stijgen, maar Michel ging onverstoorbaar verder: “luister, ik hoor net dat Cynthia ziek is en zoals je weet zou zij vanmiddag die presentatie geven voor de directie. Nu weet ik dat jullie samen aan die presentatie gewerkt hebben en ik weet zeker dat jij hem net zo goed kunt geven, zou je dat willen doen?" Achter Michels rug maakte Ellen juichende gebaren en stak haar beide duimen de lucht in, maar Fiona hield haar gezicht in de plooi hoewel haar gevoel van onbehagen direct plaats maakte voor een gevoel van triomf. “Natuurlijk, Michel”, zei ze met een glimlach. “Mooi, dan zie ik je straks. Veel succes.” En hij liep weg in de richting van zijn kantoor.

 

Ellen grijnsde van oor tot oor. “Wat goed Fi! Ere wie ere toekomt, je hebt er zoveel werk in gestoken. Je verdient dit! Een kans als deze is geen toeval!” Fiona glimlachte weer, streek haar nette rok glad en ging achter haar bureau zitten. Ze zocht op haar laptop de map op met de presentatie. Nog één keer alles nalopen, al wist ze dat het eigenlijk niet nodig was. Ze nam het vluchtig door, stond op, pakte haar handtas en liep nog even naar het toilet waar ze haar handen waste, haar lippen stiftte en haar spiegelbeeld goedkeurend in zich opnam. Ze was zo goed voorbereid als ze maar kon zijn. 

 

DANNY

Met een tevreden gezicht gooide Fiona haar sleutels op het tafeltje naast de voordeur en hing ze haar jas aan de kapstok. Ze trok haar hoge pumps uit en zette deze onder de kapstok. Ze liep haar woonkamer in en zette haar handtas op de eettafel. Ze was blij dat alles zo soepel verlopen was. Natuurlijk was haar presentatie een succes geweest. Ze had de directieleden instemmend zien knikken en waarderende blikken naar elkaar zien werpen, duidelijk onder de indruk. Michel had haar na de presentatie nog even gefeliciteerd met haar goede prestatie. “Heel goed gedaan Fiona, die promotie kan jou gewoon niet meer ontgaan, denk ik zo. Jammer voor Cynthia, maar ja, de één zijn dood is de ander zijn brood, toch?” Even had ze het gevoel dat Michel haar doorzag. Dingen zag die anderen ontgingen. Ach, welnee, dat verbeeldde ze zich maar. Ze had hem, glimlachend, bedankt, had haar spullen opgeruimd en was naar huis gegaan. Ze opende haar tas en zocht naar het geheime vakje onderin, het vakje met de rits, zo netjes weggewerkt dat het zelfs niet opviel wanneer je de tas helemaal leeggooide. Ze opende het vakje, haalde het kleine flesje eruit en hield het tegen het licht. Hoog tijd om het weer te vullen, het was ver leeg. Even trilden haar handen toen ze het flesje op tafel zette. Wilde ze het wel opnieuw vullen? Het werd steeds makkelijker, té makkelijk bijna. Haar gedachten dwaalden af. Naar die Eerste Keer. 

 

"Oké klas, we gaan een leuke oefening doen vandaag!" Er klonk hier en daar gekreun terwijl juffrouw Willemijn stralend de klas rondkeek. De leerlingen van klas 4B keken terug. Fiona niet. Ze speelde met haar pen en keek omlaag. Ze had tijdens de pauze weer flink wat pesterijen moeten ondergaan. Ze haatte haar klas. Ze haatte elke leerling in de klas. Op eentje na, misschien. Danny. Ze keek even voorzichtig in zijn richting. Geen wonder dat hij zo populair was. Hij was knap, kleedde zich hip en was sportief. Natuurlijk zag hij haar niet staan, maar hij deed tenminste niet mee aan het gepest. De stem van juffrouw Willemijn onderbrak haar gedachten. “We gaan open communiceren! Elke leerling krijgt van mij een blad papier en zet daar bovenaan de eigen naam op. Dan gaan we dat papier de hele klas doorgeven en iedere leerling mag er één woord opzetten dat die persoon bij je oproept. Daarna zullen we het klassikaal bespreken.” Fiona kromp in elkaar. Was juf Willemijn gek geworden? Ze zag al wat klasgenoten grijnzend in haar richting kijken. “O, heel belangrijk”, voegde juffrouw Willemijn toe, “houdt het zo vriendelijk mogelijk". Er werden wat teleurstellende geluiden gemaakt, maar het werd stil toen de papieren werden uitgedeeld en iedereen aan de slag ging. 

  

Uiteindelijk kreeg Fiona haar papier terug. Ze ademde diep in. “Apart". “Apart”. Wel twintig keer. Ze slikte. Dat was blijkbaar het meest vriendelijke dat ze hadden kunnen verzinnen. Toen zag ze het. “Fi-asco". Ze herkende het handschrift. Danny. Anderen hadden er wat lachende smileys bijgetekend. Het duizelde haar, ze voelde tranen opkomen en het leek of alles om haar heen begon te draaien. Ze stond op, het papier nog in haar hand geklemd, pakte haar tas en rende het lokaal uit, naar juffrouw Willemijn iets van “niet lekker” mompelend. Ze zag nog net Danny een gezicht naar haar trekken en zijn vrienden hem lachend een klap op zijn schouder geven. “Goeie, Danny!” De klasdeur viel achter haar dicht. Het gelach echode nog na in haar oren. In het toilet spoelde ze koud water over haar polsen en zag ze haar betraande gezicht in de spiegel. Ze veegde haar tranen weg en haar gezicht verhardde. De woede borrelde in haar op als kokende lava. Genoeg.

 

De volgende ochtend was er een schokgolf door het plaatsje gegaan. Er was een jongen dood gevonden. De meesten kenden hem wel, hij was knap, sportief en heel populair. Een bizar ongeluk. Hij had een bijbaantje bij de plaatselijke supermarkt en was na het werk op zijn opvallende fiets vol stickers naar huis gefietst. Zijn wiel was, blijkbaar, losgeraakt en hij was ongelukkig ten val gekomen, met zijn hoofd op een betonnen paaltje. Het hoofd van de school waar de jongen naartoe ging had alle leerlingen bij elkaar geroepen in de aula en het nieuws verteld. Vooral zijn klasgenoten waren in shock. Ze zochten troost bij elkaar, praatten met elkaar. Ook met Fi. Ineens hoorde ze erbij. Danny was ook haar klasgenoot geweest. Er was geen pesten meer. Alleen nog samen praten, verdrietig zijn en verwerken. Ze was de avond van tevoren thuisgekomen, de moersleutel in haar zak, vegen smeer op haar handen. Ze had gehoopt dat hij zijn knieën goed kapot zou vallen, wist hij ook eens wat pijn was. Dacht hij dat hij de enige was die een rotstreek uit kon halen? Maar de ochtend erop was zijn stoel in het klaslokaal leeg. Ze begreep het niet. Nu wel. Na school plofte ze die middag thuis in haar kamer op bed, vol gemengde gevoelens. Ze had de fijnste dag beleefd op school die ze ooit had gehad. Ze had ook Danny vermoord. Nee, niet waar. Het was een ongeluk. Ja, een ongeluk. Ze had hem alleen een lesje willen leren. Hij had vast gestunt op zijn fiets, op zijn herkenbare fiets met de stickers. Ja, zo was het gegaan. Arme Danny. Wat een fiets-asco. Ondanks alles moest ze om haar eigen woordgrapje grinniken. 


DORIEN

De herinnering was nog glashelder, terwijl ze naar het flesje dat op tafel stond keek. Na Danny's ongelukje was haar leven veranderd. Ze was, eindelijk, elke dag met plezier naar school gegaan en haalde haar diploma, met uitstekende cijfers. Ze was blij dat ze het tij zelf had weten te keren met, wanneer je er over nadacht, een hele kleine handeling. Had ze dat maar eerder geweten. Pestkoppen kregen weleens ongelukjes. Iedereen heeft weleens een ongelukje. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Niemand die door had dat er in haar nabijheid wel veel en vaak ongelukjes gebeurden. Onbelangrijk en onopvallend zijn voor anderen heeft zo zijn voordelen. Toch was het elke keer weer een heel gedoe geweest voor haar om de perfecte omstandigheden te creëren voor zo’n ongelukje. Waarvan de uitkomst niet altijd zekerheid gaf. Dat was ze anders gaan doen. Efficiënter. Definitiever.

 

 Haar gedachten gingen terug naar haar eerste dag op de Universiteit. Ze had een plekje in de collegezaal uitgezocht en had willen gaan zitten, maar iemand had haar weggeduwd. “Hier zit ik". “Als er liefde op het eerste gezicht bestaat, bestaat haat op het eerste gezicht ook", had ze later gedacht. Dorien was gaan zitten en had haar aangekeken met een blik van “durf-er-eens-wat-van-te-zeggen". Ze had niet eens “sorry” gezegd. Fiona had één blik op Dorien geworpen en het begon te gonzen in haar oren en in haar hoofd. Direct had ze beseft dat dit haar nieuwe kwelgeest zou worden. Misschien wel jarenlang. Tenzij...  

 

"DORIEN! DORIEN!!” “Ze is bewusteloos, ze reageert niet, DORIEN!” “Bel 112, volgens mij ademt ze niet meer!” Vanaf een afstandje had Fi toegekeken hoe een student verwoede pogingen tot reanimeren deed terwijl vele anderen er, paniekerig, omheen stonden. Zinloos. Uiteraard. Dorien lag roerloos en bleek in het gras. Haar plastic beker lag tussen de enorme puinhoop die straks door de reinigingsdienst weggeveegd zou worden. Niet dat het uitmaakte. De dag erna zou in de krant staan dat er weer een ontgroening uit de hand was gelopen die geresulteerd had in het overlijden van een studente. Tragisch. Maar niet voor Fi. Het flesje zat alweer veilig en wel terug in het geheime vakje in haar tas. Ze stelde tevreden vast dat haar nieuwe methode werkte. Snel, efficiënt en definitief. Ze was altijd al goed geweest in scheikunde en er was online een heleboel te vinden dat eenvoudig te maken was met onopvallende huishoudmiddeltjes. Het had haar goed gedaan te merken dat er blijkbaar mensen waren die net dachten zoals zij. Lotgenoten.

 

De juiste dosis vinden was minder makkelijk geweest. Ze dacht met een rilling terug aan de twee smerige katten van de buurman die altijd in haar achtertuin hun behoefte kwamen doen. Die haar elke ochtend weer voor dag en dauw wakker hadden gemaakt met hun gekrijs dat ze naar binnen wilden, na een nachtje rellen en dellen. Helaas werd de buurman steevast pas om 8.00u wakker en deed dan zijn gehoorapparaatjes pas in. Hij had nergens last van. Na de zoveelste korte nacht en na weer een tuin vol kattendrollen had ze een blikje duur kattenvoer gekocht dat ze ’s avonds laat buiten neer had gezet in haar achtertuin, zodra het licht bij de buurman uit ging. Ze had er een klein beetje van het internet-brouwsel doorheen gemengd.

 

Het was maar goed dat de buurman vroeg naar bed was gegaan en de klagelijke mauwtjes van zijn lievelingen, die uren aan hadden gehouden, niet had kunnen horen. Toen het eindelijk stil werd was ze met huishoudhandschoenen aan en met een rol vuilniszakken in haar hand naar buiten gelopen. Die ochtend werden de vuilcontainers al vroeg opgehaald. Opgeruimd stond netjes. De buurman had later die week briefjes opgehangen of iemand zijn katten misschien gezien had. Ze had diverse mensen de briefjes zien lezen en horen mompelen “gelukkig niet”. Ze had de hele buurt een dienst bewezen. Punt van aandacht voor haar was vooral dat de dosis te laag was geweest. Van de buren aan de overkant van de straat had ze een weekje later gehoord dat hun enorme Rottweiler, die altijd in haar voortuin groef en die tegen iedereen blafte en gromde, na de avondwandeling niet goed was geworden. Hij was door zijn poten gezakt en overleden voor ze de dierenarts hadden kunnen bellen. Maar ja, hij was al oud geweest en misschien was het beter zo. “Zeker weten”, dacht Fi. Daarna was het steeds makkelijker geworden. Efficiënt en definitief.

  

MICHEL

Fiona schrok op uit haar gedachten toen de deurbel ging. Ze verwachtte niemand. In een reflex graaide ze snel het flesje van tafel en stopte het terug in haar tas, voor ze naar de voordeur liep. Ze deed open. “Goedenavond, Fiona.” Het was Michel. “Ik ben gekomen om iets met je te bespreken”. Voor ze iets kon zeggen of doen liep hij langs haar heen de woonkamer in. Nu ze haar pumps niet droeg torende hij hoog boven haar uit. Ze liep achter hem aan. Hij keek met een goedkeurende blik rond. “Je woont hier mooi. Ik herinner me nog dat deze huizen gebouwd werden. Ze waren zeer in trek en er was een flinke wachtlijst. Je hebt blijkbaar geluk gehad. Al maakt een vrouw als jij haar eigen geluk, nietwaar?” Ze slikte en keek hem aan. Van zijn gezicht was niets af te lezen. Fi sloeg haar armen over elkaar. “Wat wil je met me bespreken dat blijkbaar niet tot morgen kan wachten, Michel?”

 

“Ik wilde je persoonlijk vertellen dat de directie unaniem besloten heeft je een flinke promotie te geven. Gefeliciteerd, Fiona. Je presentatie van vanmiddag heeft absoluut de doorslag gegeven”. Fiona wilde haar mond open doen om te reageren, maar klemde haar kaken stevig op elkaar toen Michel vervolgde: “Wat ook geholpen heeft is dat je grootste concurrente vanmiddag verongelukt is toen ze ziek naar huis reed vanaf kantoor. Ze werd onwel achter het stuur en raakte van de weg. Cynthia was op slag dood, Fi. Al denk ik niet dat dit heel verrassend nieuws voor je is. Mag ik even gaan zitten?” Ze gebaarde naar de bank, even niet wetend wat te doen. Ze staarde zwijgend naar de grond. Hij klopte op de plek naast hem en ze liet zich werktuiglijk naast hem op de bank zakken. “Fiona, kijk me aan”. Fiona tilde haar hoofd op en was verrast om een zachtere blik in zijn ogen te zien. “Ik weet het, Fi. Ik weet wie je bent. Wat je gedaan hebt.” Een gevoel van blinde paniek vloog door Fiona heen. “Michel, ik weet niet waar je het…”

 

“Nee? Ook niet wanneer ik een naam uit het verleden noem van iemand die jij en ik allebei kenden? Dorien?” Fiona werd lijkbleek. “Rustig, Fi. Ik begrijp dat je me niet herkent. Maar ik was erbij. Dorien was een gemeen kreng dat, wat mij betreft, heeft gekregen wat ze verdiende. Ik hoopte op de Universiteit eindelijk van haar verlost te zijn. Een nieuwe start, na jaren van pesterij.” Er trok een schaduw over zijn gezicht. Michel stond op en begon door de kamer te ijsberen terwijl Fiona roerloos op de bank bleef zitten en hem volgde met haar ogen. “Blijkbaar denken sommige mensen dat ze het recht te hebben om iemands leven te ruïneren, elke dag weer.” Zijn stem had een bittere klank. “Ik zag haar, de eerste dag dat ik naar de Universiteit ging, in de collegezaal. En toen zag ik jou. Ze duwde je.” Fi kon haar oren niet geloven. Maar tegelijk vormde zich een beeld in haar hoofd, een verre herinnering aan een jongen op de Universiteit met een grote bril die Michel heette. Ze staarde de lange man in zijn nette pak die door haar huiskamer liep met open mond aan.

 

“Herken je me nu, Fi? We waren bij de ontgroening. Daar zag ik het. Wat jij deed. Het gebeurde in een flits, maar ik wist wat ik zag. Toen Dorien in elkaar zakte keek ik toe. Net als jij. Mijn leven veranderde die dag. Ook ik ben mijn eigen geluk gaan bepalen. En hier zijn we nu.” Hij ging weer naast haar op de bank zitten en zweeg. Fiona sprak zachtjes slechts twee woorden. “En nu?”

 

ELLEN

Fiona zat de volgende ochtend al vroeg achter haar bureau in haar kantoor. Ze had weinig geslapen. Maar geen tijd om te rusten nu, haar nieuwe functie was per direct van kracht geworden en ze had een hoop te regelen. “Goedemorgen, Fi!” Ellen kwam binnen lopen met haar jas aan en haar tas aan haar arm, haar wangen gloeiden door de frisse buitenlucht. Fiona keek op en beantwoordde Ellens groet. Ellen gluurde in de richting van Cynthia’s kantoor, waar het nog donker was. Fiona volgde haar blik. Voordat Ellen iets kon zeggen zei Fi: “Ellen, wanneer je je jas hebt opgehangen en wat te drinken hebt gepakt, kom je dan even bij me? Er zijn wat dingen die ik met je wil bespreken.” Ellen zag de serieuze blik op Fiona’s gezicht en weerstond voor deze keer haar natuurlijke drang tot praten en het stellen van vragen. Haar nieuwsgierigheid bleek uit het feit dat ze na een paar minuten alweer terug was. “Ga zitten, Ellen”.

 

“Jeetje Fi, wat ben je serieus!”. Fiona knikte. “Er zijn ook diverse dingen voorgevallen in de afgelopen 24 uur die serieus aandacht verdienen. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik moet beginnen met het goede of het slechte nieuws, maar…” Ellen stak haar hand op. “Doe dan eerst maar het goede. Dan kan ik in ieder geval zeggen dat mijn werkdag een prettig begin had”. Dat was het fijne aan Ellen, haar recht-door-zee mentaliteit en haar onvermogen om binnen te houden wat ze dacht. “Prima”, zei Fi. “Ik heb te horen gekregen dat ik de promotie heb gekregen, die per direct ingaat. Dat betekent voor mij veel meer verantwoordelijkheid, een groter kantoor en een flinke salarisverhoging, naast andere bonussen. Datzelfde geldt ook voor jou, want ik wil je graag houden als mijn persoonlijke secretaresse. We zullen nauw gaan samenwerken met de nieuwe onderdirecteur.” Ellen schoot overeind en stak spontaan haar hand uit naar Fiona. “Wauw, gefeliciteerd, baas! Dat is geweldig nieuws!” Ze deed nog net geen dansje. Haar blik gleed weer naar Cynthia’s kantoor. “Wat zal Cynthia balen als ze dit hoort! Maar eerlijk gezegd verdient zij het ook absoluut niet, jij hebt al het werk zowat in je eentje gedaan.”

 

Fiona ademde even diep in. “Wat Cynthia betreft… Ellen, ik moet je meedelen dat Cynthia gisterenmiddag een auto-ongeluk heeft gehad dat fataal was. Ze is ter plaatse overleden.” Ellen viel stil, zakte terug op haar stoel en keek naar de grond. “Another one bites the dust”, mompelde ze onhoorbaar tegen zichzelf. “Ellen, zei je iets? Gaat het?”, vroeg Fi. Ellen keek peinzend. “Ik zal niet zo hypocriet zijn om te zeggen dat ik het heel erg vind. Ik mocht Cynthia beslist niet. Maar, Fi…” Ze stond op, liep naar de deur van het kantoor, sloot die, bleef even staan en draaide zich toen om naar Fiona. “Hoe lang had je gedacht dat je hiermee door kon gaan? Alle obstakels uit je weg ruimen? En beledig mijn intelligentie nu niet door een spelletje met me te gaan spelen waarbij jij net doet alsof je niet weet waar ik het over heb en ik net doe alsof ik me alles maar verbeeld.”

 

Ellen liep naar de stoel en ging weer zitten. “Luister, Fi. Ik kan niets bewijzen. Maar ik ken jou. Ik heb je leren kennen door onze lange samenwerking. Je bent altijd goed voor me geweest. Ik wil dat je me in vertrouwen neemt en me alles vertelt. Waarom doe je dit? Je bent briljant en ontzettend getalenteerd en die promotie had je sowieso gehad na je geweldige presentatie. Vertel het me. Wanneer is dit allemaal begonnen? Leg het me uit. Ik wil het weten. Ik moet het weten.”

 

Op dat moment liep de emmer die Fiona al zo lang met zich meedroeg, sinds Danny, over. Ineens dreunde het besef er keihard in. Het besef van jaren. Van allen die na Danny waren gekomen. En na Dorien. Wat ze gedaan had en waarom. Het was alsof er een neonreclame in haar hoofd flitste, met één enkel woord. Haar keel zat dichtgeschroefd. Het eerste woord kwam er zo zacht en hakkelend uit dat Ellen het maar nét kon verstaan. “Fi-asco.” En stamelend begon ze te vertellen. Alles.

 

Die middag zat Ellen, tijdens haar lunchpauze, in haar favoriete eettentje met voor zich op tafel een grote cappuccino en een broodje tonijnsalade. In haar linkerhand had ze haar smartphone. Ze tikte op het scherm van haar mobiel en zag de lange opname staan bij haar bestanden. Na al die jaren had ze het bewijs in handen. Het was voorbij. Ze hoefde alleen maar naar de politie te gaan met deze opname. Fiona had geen idee dat ze alles opgenomen had. Ellen had razendsnel de opname gestart toen ze de deur van het kantoor sloot.

 

Ze had verwacht opluchting te voelen, maar ze voelde zich alleen maar leeg. Wat nu? Ze had alleen maar gejaagd op de waarheid, al die jaren. Ze was nog zo jong geweest toen haar oudere zus er opeens niet meer was. Ze had willen weten wat er gebeurd was en waarom. Nu wist ze het. Ze dacht aan Fiona, die als jong meisje elke dag het gevoel had gekregen door anderen dat ze niets waard was. Onzichtbaar, gebroken, gekwetst, gepest, bespot. Ze herinnerde zich hoe Dorien haar er regelmatig ingeluisd had toen ze jong waren en hoe zij dan straf kreeg terwijl haar zus er altijd mee weg kwam. Hoe ze Ellen gepest en getreiterd had. Maar dat deden zussen, toch? Ellen probeerde zich voor te stellen hoe gebroken iemand moest zijn om van het eeuwige mikpunt te transformeren naar een Engel der Wrake en zelfs naar een moordenares. Toch had ze in al die jaren samenwerking met Fiona nooit ook maar een verkeerd woord van haar gekregen. Omdat Fi wist wat een pijn woorden kunnen veroorzaken. Ellen zuchtte diep. Langzaam at ze haar broodje op, diep in gedachten.

 

Ellen dronk haar laatste slokken cappuccino en zette het kopje met een gedecideerd gebaar neer. Ze had een besluit genomen. Dorien was dood, maar zij leefde. En wat een leven zou ze kunnen hebben. Een geweldige baan, een gouden toekomst. Na al die jaren werd het tijd om vooruit te kijken en om voor haarzelf te gaan leven. Ze stond op en liep terug naar kantoor, met verende tred. Ze liep Fiona’s kantoor binnen. “Fi, ik moet even met je praten, oh, sorry!” Ze botste tegen Michel op, die druk in gesprek was met Fiona. “Ellen! Wat fijn dat je er weer bent. Michel is hier om nieuwe afspraken met ons te maken in verband met de promotie.” Fiona zag er weer net zo kalm uit als altijd, maar toen haar ogen die van Ellen kruisten leken ze haar te waarschuwen niets te zeggen. “Inderdaad”, zei Michel, “ik begreep al van Fiona dat jullie een ijzersterk team zijn en dat is wat we nodig hebben. Samen bereiken we de top.” Hij en Fiona keken Ellen afwachtend aan. Ellen glimlachte. “Ik heb er zin in!”

 

“Ik hoopte al dat je dat zou zeggen”. Fiona draaide zich om naar haar bureau waar een fles champagne in een emmer ijs klaarstond met drie prachtige, kristallen flûtes ernaast, kunstig geblazen met elk een steel in een andere kleur. Het glas zelf was ondoorzichtig. Ze schonk drie glazen vol en overhandigde Ellen en Michel elk een glas en nam er zelf ook één. Ze hief haar glas. “Proost! We zullen krijgen wat we verdienen. Op een mooie toekomst.” Ze glimlachte.

9 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Commentaires

Noté 0 étoile sur 5.
Pas encore de note

Ajouter une note
bottom of page